28-05-12

tussen allerzielen en euroshima

 

http://noemgodgewoonhetleven.skynetblogs.be/boeken/  deel 1

090.JPG

http://noemgodgewoonhetleven.skynetblogs.be/   deel 2

 

16:59 Gepost door octo in roman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-09-09

De pomp en de beervaten.

 Die van de pomp, de baron en de beervaten

Een 150-tal jaar eerder dan vandaag, midden negentiende eeuw, woonde Jozef met zijn pa in een klein huisje aan de dorpspomp in de buurt van het dorp van zijn latere nageslacht. Zijn vader moest weer eens met paard en beerkar naar de nabijgelegen stad om bij de stadsbewoners drek te gaan scheppen. Niet de drek van de beesten van de boerderijen, maar mensendrek. De stadsbewoners werkten in grote getale bij de plaatselijke suikerfabriek en woonden armoedig hun volgens de clerus en burgerij te dragen lot uit in huizen die eigenlijk best gesloopt zouden worden. Terug met paard en kar in het pompdorp van de baron aangekomen, begon hij de drek op een akker uit te gieten. Telkens weer met de emmer één van de vaten in, uitkappen en daarna het paard weer aanporren om een aantal meters verder te sleuren. Mesuur, zo was de bijnaam van de vader van Jef, omdat hij nogal bekend was voor de nauwgezetheid waarmee hij zijn werk en het leven opvatte, was zijn slavenarbeid ten dienste van de elite meer dan beu die dag. Zijn lijfspreuk 'alles met mate' ('mesurer', het Frans voor 'meten') was aan herziening of beter nog, aan 'ijking', bijstelling toe. Na het voorval dat ik zo dadelijk ga beschrijven, zou hij weten dat de aanleiding om dat te doen, hem luttele minuten daarna in de het gezicht zou worden geslingerd. Met dank aan de baron van het kasteel.

Midden de werkzaamheden kwam de baron, handen op de rug, inspekteren. “Mesuur, die mest ligt precies niet erg dik”, zei de man met zijn kasteel in het panorama achter zijn rug. Mesuur was heel dat leven van hem ineens op een zeer besliste manier beu. Geen tijd om van het goed weer te genieten, altijd dat verdomde geld dat moest worden verdiend, nooit voldoende tijd voor de eigen luttele perceeltjes grond en de paar koeibeesten, varkens en de plannen met konijnen en kiekens en fruitbomen. De pachter en loonslaaf van de baron stapte af en schreed in de richting van de baron. “Lig ' t hem niet dik genoeg mijnheer de baron”, vroeg hij op de man af, als ware ze volstrekt gelijken en dat was in feite zo. Vóór dat de baron kon antwoorden had Mesuur hem al bij zijn kruis beet en tilde hem bijna tot borsthoogte en met een krachtstoot waarop menig kogelstoter trots zou zijn, lanceerde hij de landheer richting akker en drek...al waar hij met een smak neerplofte. Dit had de baron niet verwacht van die brave, hardwerkende Mesuur. Hij klauterde rechtop en wist dat hij geen verhaal had tegen de kracht van zijn labeurder. Eén en al paniek probeerde hij de stinkende smurrie van zich af te wrijven, waardoor hij het nog erger maakte, want heel zijn vest werd één grote stinkende smurrie. Mesuur onderdrukte zijn innerlijke plezier en het resultaat van zijn durf en opstand. De baron maakte zich schrijlings uit de voeten en riep Mesuur wanhopig na dat hij dit zich nog zou beklagen. “Loopt schijten en zoekt iemand anders voor die strontjob” !, keelde Mesuur hem achterna.

In gedachten verzonken keerde Messuur met paard en kar terug in de richting van het boerderijtje aan de pomp, gelukkig nog eigen goed van vader op zoon. Hij zou voortaan wel zonder de baron aan zijn geld geraken. Die dag werd ook de toekomst van zijn nageslacht beslist. Voortaan zouden zijn nakomelingen allen hun kost op hun eigen verdienen. Al zouden ze moeten zweten zoals in de bijbel aan Adam en Eva was voorspeld. Wat was er eigenlijk waar aan dat verhaal ? Was die God in dat verhaal niet ook een baron geweest die die mensen gewoon verjaagd had omdat ze eens een appeltje meer wilden van hem ?

Mesuur was niet alleen met zijn verzet. Onder de Tsaren en zijn edelen zwichten miljoenen Russische boeren en de boeren van Napoleon in Frankrijk waren nog maar juist terug thuis of gesneuveld in één of andere oorlog tegen die arme Russische boeren of ander werkmensen uit één of ander Europees land. “Miljaarde, miljaarde, wat een ellende, 't is goed geweest”, was zijn goeiendag toen hij de bijna vermolmde deur van zijn huisje opentrok en het huis met drekwalm vulde”.

“Zoniet eeh manneke, welke wesp heeft 'jouw' gebeten ? ('oech' zegden ze toen) “Normaal gezien ga je je toch altijd eerst wassen in het houten vat onder 't dak buiten”, zei zijn vrouw ietwat zorgelijk.

vervolgt op http://dichterbijdeziel.skynetblogs.be

 

18:05 Gepost door octo in roman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: roman |  Facebook |